Interview: Jacodine van de velde

Jacodine van de Velde is de auteur van wat je zegt zie je zelf. Als je hier klikt vindt je meer informatie over haar en haar boek. De eerste drie vragen hebben lezers gesteld op Instagram, de rest is door mij bedacht. Ze verteld over de titel, het schrijfproces en geeft ook nog een schrijftip! In de kerstboxen zal ook een door haar gesigneerde boekenlegger in zitten!

1.heb je zelf ervaring met een stoornis?

Ik heb zelf geen ‘stoornis’, al zullen er wel mensen zijn die zouden zeggen dat ik prettig gestoord ben :). Zonder gekheid, ook ik heb het nodige meegemaakt in mijn leven, zoals voor veel mensen geldt. Het meest ingrijpende is toch wel het overlijden van mijn moeder, toen ik net 20 was. Daar heb ik echt mijn weg in moeten vinden, destijds, nadat het gebeurde, maar ook jaren daarna nog, toen ik ouder werd, afstudeerde, trouwde en kinderen kreeg. Maar ook recent weer, toen mijn debuut uitkwam. Dat zijn van die momenten dat je iemand ineens weer heel erg kunt missen. Veel van mijn gevoelens heb ik verwerkt in mijn tweede YA, De stilte zegt genoeg. Februari 2021 zal die uitkomen en het heeft als thema rouw.  


2. welke auteur en welk boek heeft je geïnspireerd om zelf te gaan schrijven? Als dit niet door een auteur of boek kwam, wat was dan de reden?

Ik heb nooitde wens gehad om een boek te schrijven. Ik ben er echt van overtuigd dat het verhaal van Marscha mij heeft gevonden. Het onbegrip dat de groep meiden die ik destijds op mijn werk therapie gaf ervaarde, was voor mij de inspiratie om te gaan schrijven. Er kwam namelijk een scène in mijn hoofd, dat nu het begin van het eerste hoofdstuk is. Ik ben gaan schrijven, niet met de gedachte dat het een boek zou worden, maar gewoon omdat het eruit moest. Dat ging steeds verder en verder, tot er een paar weken later een ruwe versie van een compleet boek bleek te liggen (ik wist niet eens hoeveel woorden / blz een boek in Word is). Op dat moment besloot ik er wél iets mee te willen, in de hoop dat het begrip voor een eetstoornis als anorexia zou opleveren. 


3. wat is uw lievelingsboek (en niet dat van uwzelf). 

Dit vind ik een hele moeilijke vraag, want er zijn heel veel boeken die me op een bepaalde manier hebben geraakt. Eén daarvan is zonder twijfel ‘Dingen die we zeker weten’ van Jessi Kirby, maar ook ‘Als ik blijf’ van Gayle Forman vond ik heel mooi. Het boek Ryans Bed van Tijan, dat ik naar het Nederlands mocht vertalen, vond ik ook prachtig. Zo kan ik eerlijk gezegd nog wel even doorgaan, maar volgens mij was dat niet helemaal de bedoeling 🙂

En dan nog mijn eigen vragen;)

 1. Ik vind het een originele en mooie titel. Hoe ben je daarop gekomen?

De titel was een zware kluif. Toen ik het manuscript ter beoordeling naar de uitgever wilde opsturen, had ik opties van titels in mijn hoofd die al bleken te bestaan en dat wilde ik niet. Vervolgens leidde mijn zoektocht me allerlei kanten op, maar niets greep me. Uiteindelijk kwam ik op het idee van deze titel doordat ik op mijn werk met cognitieve gedragstherapie veel doe met de wisselwerking tussen doen, denken en voelen en dat wat mensen tegen zichzelf zeggen, ze ook gaan geloven en andersom. Het is een beetje gepikt van wat je zegt, ben je zelf, maar dan net anders. Ik stuurde hem uiteindelijk met werktitel ‘Wat je zegt zie je zelf’ naar Clavis, maar stond er niet helemaal achter. Bij Clavis denken ze mee aan de titel van je boek, dus daar had ik al mijn hoop op gevestigd. Wat bleek? Ze vonden de titel geweldig! Maar ik niet. Ik moest er heel erg aan wennen. Maar hoe vaker ik het hoorde en hoe echter het boek werd, hoe meer ik de titel vond passen en ik hem ook mooi ging vinden.Bij ‘De stilte zegt genoeg’ was het net andersom. Tijdens het schrijven had ik direct een titel die goed voelde. Maar die raakte ik juist beu en hebben we gewijzigd naar wat het nu is. 


2. Toen je het boek schreef. Schreef je het toen enkel voor jezelf of wist je al dat je het uit zou laten geven?

Nee, ik schreef het echt voor mezelf. Ik had geen idee waar het verhaal heen ging en was al helemaal niet van plan een boek te schrijven. Ik vond het schrijven gewoon leuk. Maar gaandeweg ontvouwde zich een heel plot en soms dacht ik dat ik een bepaalde scene ging schrijven en gebeurde er al typend iets heel anders. Er was ook een moment waarop ik dacht ‘Waar ben ik in godsnaam mee bezig? Ik ben helemaal geen schrijver.’ Ik was op vakantie en zat met 35 graden met mijn laptop voor de tent. Maar toen kreeg ik een appje van mijn collega, die ik had gevraagd mee te lezen vanuit haar kennis over eetstoornissen. Ik had haar de eerste 8 hoofdstukken gestuurd en zij had het aan haar dochter laten lezen en die stond dus blijkbaar te springen om meer. Dat was het zetje dat ik nodig had om door te gaan. 

3. Wat vindt je leuker en waarom? De eerste versie of het herschrijven (en met herschrijven bedoel ik wel alle versies die na de eerste versie komen.)

Zeker het schrijven! Ik plot niet echt van tevoren en ik vind het zo mooi om te zien dat alles wat ik tot nu toe heb geschreven steeds meer vorm krijgt tijdens het schrijven zelf. Het lijkt soms of er ineens puzzelstukjes in elkaar vallen. Dan kan ik verbindingen maken die ik helemaal niet had bedacht en ontwikkelen de personages zich steeds verder. Eerlijk gezegd denk ik ook dat ik een beetje te ongeduldig ben om het herschrijven het leukst te vinden, al kan ik er ook voldoening uithalen als ik het verhaal steeds beter kan maken. 


4. In Februari 2021 komt je nieuwe boek uit. Hoe kwam je op het idee om een aantal personages uit je eerste boek hier ook in te laten voorkomen?

Dat kwam voornamelijk doordat het verhaal van Thom (die ook in WJZZJZ voorkomt), maar ook van de hoofdpersoon uit het derde boek, al ontstond tijdens het schrijven zelf. Ook het verhaal van Tara kwam toen in me op, maar ik had nog niet het gevoel dat haar verhaal dat van Thom ging kruisen. Ik had juist gedacht dat Sara (ook uit WJZZJ) in Thoms verhaal zou terugkomen, maar dat bleek niet het geval.  

5. Welke schrijftip zou je aan anderen geven?

Ik denk vooral dat je moet schrijven omdat je het leuk vindt. Het is natuurlijk fantastisch als je manuscript wordt uitgegeven, maar volgens mij moet schrijven vooral leuk zijn. Veel lezen en plat gezegd kilometers maken om jezelf te ontwikkelen helpt denk ik ook. Dus doe mee aan (kleine) schrijfwedstrijden om jezelf uit te dagen en laat je werk lezen door mensen die kritisch durven en kunnen zijn, dus vooral door onbekenden. Mijn eerste versie van WJZZJZ werd compleet de grond in geboord door een andere schrijfster. Vreselijk pijnlijk na de positieve reacties die ik al had gehad. Maar wat heeft het me ontzettend goed verder geholpen!

2 reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s